Europese Kampioenschappen

In tegenstelling tot andere takken van sport kennen de Europese kampioenschappen zwemmen een lange geschiedenis, die teruggaat tot 1926. Toen werd er in Boedapest voor de eerste maal gestreden om de Europese titels zwemmen, waterpolo en schoonspringen. De grote drijfveer achter de organisatie van dit evenement was Leo Donath (1888 - 1941), oprichter van de Hongaarse zwembond. Hij bemerkte dat er behoefte was aan een groot zwemevenement naast de Olympische Spelen. In 1926 gaf hij daarom de aanzet tot de oprichting van een Europese zwembond, de Ligue Européenne de Natation (LEN). Zeven nationale zwembonden sloten zich bij de nieuwe organisatie aan. De eerste Europese Kampioenschappen waren dan ook van een bescheiden omvang. Zulk een 150 zwemmers uit vijftien landen verschenen aan de start. Vrouwen waren nog niet welkom. De kampioenschappen bleken een schot in de roos. Maar liefst 80.000 bezoekers waren naar het zwembad in Boedapest getogen om deelgenoot te zijn van dit evenement. De LEN besloot derhalve voor het volgend jaar meteen nieuwe kampioenschappen uit te schrijven. Dit maal werden ook vrouwen toegelaten tot het toernooi. 

Leo DonathLEN-logowaterpoloteam Italië 1926

Leo Donath

Ligue Européenne de Natation

waterpoloteam Italië 1926

Sedertdien hebben de Europese Kampioenschappen een vaste plaats op de zwemkalender verworven. Werden ze tot en met 1981 om de vier jaar gehouden, vanaf 1983 besloot de LEN - door de toenemende media-aandacht en professionalisering van de sport - van het evenement een tweejaarlijks spektakel te maken. Tot dan toe waren alle Europese Kampioenschappen in zwembaden met Olympische afmetingen gezwommen. De lengte van het bad bedraagt dan 50 meter. Vanaf 1991 riep de LEN echter ook kortebaan kampioenschappen - in baden van 25 meter - in het leven; eerst als sprintkampioenschap, later vanaf 1996 als volwaardig kampioenschap naast de lange baanevenementen.