1940 - 1970: van wederopbouw tot crisis

Untitled document

De Tweede Wereldoorlog had van Europa een ruïne gemaakt, en de bevolking stroopte haar mouwen op voor de wederopbouw van het continentale huis. Al spoedig keerde het alledaagse leven weer, met dien verschille dat er  een ijzeren gordijn dwars door Europa werd dichtgeschoven. Sport werd hierdoor steeds meer het symbool van verbroedering, en vrij vlug na 1945 werden er daarom weer sporteve- nementen georganiseerd. In 1947 hield de Ligue Europeénne de Natation, de LEN, de zwemvariant van de UEFA, de eerste naoor- logse Europese kampioenschappen in Monte Carlo. Voor Nederland verliep het evenement niet onaardig, ofschoon er niet getipt kon worden aan de zo succesvolle jaren dertig. Nel van Vliet behaalde op de 200 m school de Europese titel, het enige Nederlandse goud van die kampioenschappen. Voorts werden er nog twee zilveren en twee bronzen medailles gehaald respectievelijk bij de 100 m en 4 x 100 m vrije slag, de 100 m rug en 200 m school. In de daaropvolgende Olympische Spelen in Londen van 1948 werden de Nederlandse zwemprestaties overschaduwd door de fenomenale overwinningen van ‘onze’ Fanny Blankers-Koen, die vier maal goud won bij atletiek. Dat Nel van Vliet, als enige Nederlandse ooit, op de 200 m school eveneens als Olympisch kampioen gehuldigd werd, weten nog maar weinigen.

In de jaren daarna knokte het Nederlandse wedstrijdzwemmen zich terug en de prestaties die destijds door de Nederlandse vrouwen geleverd werden, deden weer enigszins denken aan de tijden van Rie, Marie en Willemijntje, een decennia of twee geleden. Dankzij trainers als Jan Stender (de Robben) en Wil Bunschoten van Breukelen (Naarden 't Gooi) bestormden tal van Nederlandse zwemtalenten de internationale recordlijsten en erepodia. In de jaren vijftig en zestig heerste Nederland in Europa andermaal op de 100 m rug. Ria van der Horst, Geertje Wielema en Ria van Velsen werden respectievelijk in 1950, 1954 en 1962 Europees kampioen. Ook bij de vrije slag streden ‘onze dames’ om de titels. In 1950 werd Irma Schuhmacher kampioen van Europa op de 100 m vrije slag, en acht jaar later was Jans Koster Europa’s beste op de 400 m. De Nederandse estafette ploeg wist mede dankzij ene Erica Terpstra in diezelfde periode drie maal beslag te leggen op het goud bij de 4 x 100 m vrij.  Ada den Haan veroverde in 1958 de Europese titel op de 200 m school en de pas ingevoerde vlinderslag was eveneens een prooi voor Nederland. Tineke Lagerberg en Ada Kok werden in 1958, 1962 en 1966 Europees kampioen. Adrie Lasterie schreef ook zwemgeschiedenis door in 1962 naar het hoogste Europese ereschavot te zwemmen op zowel de 400 m vrije slag als de 400 m wisselslag. Ook Betty Heukels wist vier jaar later in Utrecht het zwaarste zwemnummer op haar naam te schrijven.

Al met al behaalden de Nederlandse dames op de vijf Europese kampioenschappen van 1950 tot en met 1966 zesendertig medailles, waarvan zeventien gouden. Helaas vertaalde deze Europese suprematie zich niet naar successen op het Olympische toneel. Het  besluit om van deelname aan de Spelen van 1956 af te zien, was daar mede debet aan. Terwijl de Nederlandse zwemsters op het top van hun kunnen waren, besloot het NOC -  vlak voordat de sportploeg naar Melbourne zou afreizen - om de Olympiade aan zich voorbij te laten gaan. De sportbestuurders waren van mening dat in het toenmalige tijdsgewricht - Sovjettroepen waren zojuist Hongarije binnengevallen - het niet gepast was om te sporten. De Nederlandse topsport kreeg hierdoor een flink knauw. Internationale contacten waren nog schaars in die dagen en het Nederlandse zwemmen raakte langzaam de aansluiting met de absolute wereldtop kwijt. Na Nel van Vliet zou alleen Ada Kok de ‘waarlijke’ heldenstatus bereiken door in 1968 in Mexico te zegevieren op de 200 m vlinderslag. En dat terwijl van 1950 tot en met 1967 vele malen een Nederlandse de tijdsnelste van de wereld was. Waar Geertje Wielema, Lenie de Nijs, en Ria van Velsen successen boekten op de rugslag, daar brak Mary Kok in 1955 op verschillende zwemonderdelen zes maal door een tijdsbarrière heen, zwom Ada den Haan bij de schoolslag wereld- records, verlegde Cocky Gastelaars twee maal tijdsgrenzen op de borstcrawl en heerste Ada Kok op alle onderdelen van de vlinderslag.