1970 - 1990: tussen energiecrisis en no-nonsense

Untitled document

Nadat Nederland ruim vier decennia grootse successen had gekend, leek het wel of met de internationale energiecrises tevens de zwem- prestaties op een lager pitje werden gezet. Aan het einde van de hippiejaren zestig maakte het Nederlandse zwemmen een mindere periode door. Hoewel 'we'  aan het begin van de jaren zeventig lang- zaam de weg omhoog terug vonden, zou de Nederlandse dames- zwemploeg na 1966 voor een lange tijd geen Europese kampioenen meer voortbrengen. Weliswaar bestegen Enith Brigitha en Conny van Bentum meer dan elf maal het erepodium en bleef Nederland dus altijd nog een zwemland die meedeed om het eremetaal, die ene kleur zou er voorlopig Europees gezien niet meer bijzitten. Dit kwam mede door de razendsnelle opkomst van de zwemsters uit Oost- Duitsland. De (dubieuze) tijd van absolute DDR-hegemonie was aangebroken. Voor Nederland werden de gouden hippiejaren zestig ingeruild voor bronzen no-nonsense jaren tachtig. Kwaliteit hadden we nochtans volop. Met een onder meer Annelies Maas, Annemarie Verstappen, Jolanda de Rover, Petra van Staveren en later Marianne en Mildred Muis gooiden we bij internationale wedstrijden hoge ogen.

In 1973 besloot de FINA voor het eerst in de zwemgeschiedenis officieuze wereldkampioenschappen te houden, en ook daar gros- sierde Nederland al gauw in de tweede en derde plaatsen. Pas in 1982 kregen ‘we’ onze allereerste wereldkampioene; Annemarie Verstappen won het goud op de 200 m vrije slag, en Annelies Maas werd op diezelfde afstand derde. Hoewel ‘we’ bij de reguliere kam- pioenschappen een bescheidener plaats kregen toebedeeld dan voorheen, lukte het de ‘no-nonsense generatie’ wel wat de gouden jaren zestig generatie had ‘nagelaten’: vlammen op de Olympische Spelen. Er werden in de jaren zeventig en tachtig meer Olympische medailles gehaald dan in de jaren vijftig en zestig. Vooral de Neder- landse estafetteploeg legde met twee maal zilver en één maal brons verspreid over drie Olympiaden in 1980, 1984, 1988, het nodige ge- wicht in de schaal. En wellicht had er meer ingezeten, gezien de walm van doping die om de DDR-overwinningen hangt. Het jaar 1984 betekende een nieuw hoogtepunt in de Nederlandse zwemgeschie- denis. Dankzij Petra van Staveren op de 100 m school en Jolanda de Rover op de 200 m rug wonnen ‘we’ in het wedstrijdbad weer eens Olympisch goud.