Sporten in de polder

Untitled document

Op heldere dagen reikt het zicht tot aan de einder. Het zonlicht onthult een schitterend lijnenspel van slootjes en kanalen, dat als een raster het groene land doorkruist. Enkele bomen strekken parmantig hun kruinen. Zij doorbreken - gelijk rotspunten in een zee - de weidse vlakte, waarboven in stilte een zwerm vogels op het ritme van de wind een sierlijke dans ten uitvoer brengt, waarbij zij zich niet zelden met een duikvlucht ter aarde stort om vervolgens bij een gunstige bries met evenveel gemak weder het luchtruim te kiezen. In de kalme polder gonst het van het leven. Vanuit de verte klinkt het eentonige geruis van de gedurige stroom auto's, die in een steeds grotere stilstand voort moet gaan.

Een Hollandse polder

Een paradijs in de polder

Het was voor eerst de strijd tegen het water, dat de bewoners van de polder samenbracht. Eendrachtig hebben zij via een ingenieus stelsel van dijken, sluizen en kanalen getracht het op de zee gewonnen land te beschermen. Al meer dan een halve eeuw hebben zij thans het water buiten de polder weten te houden. Met het stijgen van de welvaart en het ontbreken van een duidelijk zichtbare vijand van buiten is met het ogenschijnlijk temmen van het water de afgelopen vijftig jaren de grootste nood geledigd. Nu de materiële honger was gestild en de vrede bewaard, kreeg de gewone man voor het eerst in de geschiedenis de kans zichzelf te ontplooien. De groep maakte plaats voor het individu, dat door de protestgolven van de jaren zestig en zeventig werd 'bevrijd' van de eens zo solide doch ook starre en somtijds knellende maatschappelijke banden. Het individu zocht naar eigenheid en vond dat al gauw in de anonieme en ongrijpbare massa, welke als mul zand de nieuwe samenleving vorm diende te geven. In deze geatomiseerde tijden lijken solidariteit en gemeenschapszin te hebben plaats gemaakt voor het dictaat van eigen belang. Lijken, want zodra het door onszelf gecreëerde paradijs wordt bedreigd, schudt de polder in paniek zijn deken van gezapigheid van zich af en legt hij harmonieus een opmerkelijke bedrijvigheid en vindingrijkheid aan de dag, welke het spreekwoordelijke wassende water moet verdrijven. Als dan het water weer naar een aanvaardbaar peil is gezakt en het gevaar is geweken, trekt de polder het zo even van zich afgeslagen laken weer over zich heen om kalm verder te soezen. Enkel een opmerkelijke sportprestatie wil nog wel eens een verfrissende vlaag van saamhorigheid teweegbrengen, die in de doorgaans bedaarde slootjes en kanalen van de polder een kleine rimpeling veroorzaakt.

Damrak

Nieuwe helden

Daar waar ooit de prenten hingen van heiligen en vlootvoogden, daar sieren heden ten dage de posters van popsterren en sporters. Zoals in het oude Griekenland, waar winnaars van de Olympische Spelen de status van heros - een geweldenaar met goddelijke allure - kregen aangemeten, worden sportkampioenen vereerd als helden die met succes de nationale eer hebben verdedigd. Bij thuiskomst ondergaat de winnaar voor het oog van de ganse natie een triomftocht door de straten van zijn geboortedorp, staande op een boerenkar, die wordt voortgetrokken door een tweetal fiere rossen uit de wei van een plaatselijke manege. De polder verandert dan in een kolkende zee van oranjegekleurde aanbidders, welke geschminkt de straat op gaan en luidkeels - met een koel glas bier in de ene hand en een wildvreemde ook in de polonaise meelopende schouder in de andere hand - de winnaar bejubelen, al is het maar als excuus om hun masker van nuchterheid af te mogen zetten en zich temidden van de massa ongegeneerd te laten gaan. Aan deze groeiende status van sportkampioen lijkt voorlopig geen einde te komen. Kreeg de kampioen zulk een vijftig jaar geleden een fiets cadeau, tegenwoordig uit het land zijn waardering door middel van lucratieve sponsorcontracten, waarbij de winnaar als een merk in de markt wordt gezet, die de op de golven van het enthousiasme meegaande bedrijven een betrouwbare, sympathieke en gezonde uitstraling moet geven.

Feestelijk uitgedoste oranjesupporter Supporters als twaalfde man Dorstige oranjesupporters

Sporten in de polder

Niet elke kampioen valt echter de eer van deze 'spontane' volksvreugde te beurt. De bevolking heeft nogal een selectief feestgevoel en weet niet elke prestatie op waarde te schatten. In ons collectief geheugen zijn wij vooral een volk van schaatsers, fietsers en voetballers. Als een ware zoon van Johan Cruijff, behoort iedere Nederlandse jongen te weten hoe hij een 'balletje ken trappen'. Wanneer het nationale elftal het veld betreedt, schreeuwen wij het dan ook als een twaalfde man naar voren, gehuld in de meest opzichtige uitmonstering. Zelfs de buitenspelregel wordt vlak voor de aftrap van een kampioenschap verheven tot onderwerp van nationale discussie. Op televisie buigt een raad van analytici zich over de netelige kwestie, welke met de meest vernuftige video- en computertechnieken andermaal aan de thuis in alle hevigheid mee debatterende kijkers wordt uitgelegd.

Roept voetbal bij een enkele afvallige nog irritatie op, de schaatssport moet elke rechtgeaarde Nederlander wel een warm gevoel geven. Ondanks de snelle professionalisering van de schaatsenrijderij, wordt de sport nog immer omgeven door de geur van erwtensoep, die op een koude zondagmiddag pruttelend op het vuur staat, terwijl het hele gezin zich - in pyjama - rondom de televisie heeft geschaard om deelgenoot te kunnen zijn van het nationale feest van gezelligheid in een volgepakt Thialf, dat meedeint op de montere klanken van een dweilorkest. Het schaatsen heeft iets puurs. Bijkans geen andere sport verbeeldt op zulk een natuurlijke wijze onze volksaard: eenvoudige boerenzonen- en dochters, die met rood aangelopen en bezwete gezichten in weinig galante pakken hun best doen om zo hard mogelijk te schaatsen en na afloop van hun rit - zonder woordvoerder, in talloze dialecten, oprecht en geëmotioneerd - de verslaggever te woord staan.

In tegenstelling tot het schaatsen is de wereld van het wielrennen vooral het domein van mannen, waar de meeste vrouwen maar weinig bekoring aan beleven. Er gaat geen zomer voorbij of de l’Alpe d’Huez wordt door talloze landgenoten bezet en beklad. Uit volle borst moedigen zij de op het tandvlees - èn vaak op grote achterstand - rijdende Nederlanders aan, stiekem met weemoed terugdenkend aan de tijden van Janssen, Zoetemelk, en de Kneet. Ook hier zien wij het liefst stoere, uit de klei getrokken jongens, wier gelaat is getekend door het afzien in hun eenzame strijd tegen de elementen. Eenmaal over de meet gekomen, sluiten wij onze helden liefdevol in de armen, hun bezwete lichaam tegen ons aandrukkend en op slag alle dopingschandalen vergetend.

Schaatsen op de bevroren plas Johan Cruijff in actie Wielrenners langs de molen

Maar zoals zo vaak, vertekent de herinnering. Ofschoon wij in gedachten het Nederlands Elftal iedere week een finale zien spelen en Nederlandse fietsers de beslissende demarrage zien plaatsen, geven de geschiedenisboeken een ander beeld. Naast drie derde plaatsen op de Olympische Spelen, twee maal zilver op een WK en een keer goud op een EK heeft het Nederlandse voetbalelftal internationaal matig gepresteerd. Hoewel Nederland op schaats- en wielergebied een grotere traditie kent, mogen we ook daar de resultaten niet overschatten. De Nederlandse dominantie op de schaatsbanen bij de mannen is pas van ver na de Tweede Wereld Oorlog, om over het vrouwenschaatsen maar te zwijgen. Na het wereldkampioenschap van Coen de Koning in 1905 waren het voornamelijk de Noren die kruiwagens vol eremetaal naar Oslo brachten. Het waren Henk van der Grift, Wim van der Voort en Kees Broekman, en later Kees Verkerk en Ard Schenk, die pas in de jaren vijftig en zestig de Noorse hegemonie konden doorbreken. En ook onze trotse wielertraditie, Jean Nelissen ten spijt, verbleekt enigszins als we de feiten laten spreken. Hoewel landgenoten aanvankelijk triomfen vierden op de wielerpistes van Europa, dateert bijvoorbeeld de eerste Nederlandse etappe-overwinning in de Tour de France uit 1936. Theofiel Middelkamp won destijds in Grenoble, toen ‘le grand boucle’ zijn zilveren jubileum al achter de rug had.

Hockeysters in gevecht om de bal De Holland Acht op weg naar winst Nederlandse korfbaljeugd

Als wij het Nederlandse sportpalet nochtans van enige afstand aanschouwen en de bril van nationale sentimenten af zetten, dan ontwaren wij andere contouren. Zo zijn wij voor alles een land van korfballers. Dit balspel, dat in 1902 door de Amsterdamse onderwijzer Nico Broekhuysen is bedacht, is onze nationale sport. In geen enkele andere tak van sport heeft ons land zo gedomineerd als in het korfbal. Nederland wist maar liefst zes van de zeven wereldkampioenschappen winnend af te sluiten. Ook de beide Europese Kampioenschappen gingen naar korfballers uit de polder. Sedert de Olympische Spelen van 1928 doen onze hockeyelftallen eveneens mee om de prijzen. De Nederlandse vrouwen veroverden sinds 1974, het jaar waarin het eerste wereldkampioenschap werd gehouden, zes wereldtitels. De mannen deden dat vanaf 1971 drie maal. In het Olympisch hockeymedailleklassement aller tijden staat Nederland zelfs derde achter grootmachten India en Australië. Ons land heeft daarnaast faam gemaakt in het judo, roeien en zeilen, en de paardensport. Het zou daarenboven geen verbazing mogen wekken, dat een waterrijk land als het onze, een indrukwekkende zwemtraditie heeft opgebouwd. Niettemin gaat juist dat gegeven aan veel feestvierende polderbewoners voorbij, bevangen door een voetbalroes als het nationaal elftal weer een nietszeggend trainingspotje heeft afgewerkt. Deze webstek gaat daarom over 'Nederland, zwemland'. (KM)