Zwemmers uit de polder

Een land, dat voor de helft wordt omringd door zee en wordt doorkruist door talloze rivieren, kanalen, sloten en meren, moet wel een land van zwemmers zijn. De zwemsport - in de breedste zin des woords - heeft zich door de jaren heen dan ook op een warme belangstelling mogen verheugen. Nog iedere dag wagen vele mensen een duik in het plaatselijke zwembad om al kletsend hun baantjes te trekken, zich in een drijfband voort te bewegen of op een strakke beat hun ledematen op en neer te laten plonzen.

Sinds zijn oprichting in 1888 heeft de Nederlandse Zwembond zich sterk gemaakt voor het uitdragen van de zwemsport. Onder het motto 'iedere Nederlander zwemmer' werd getracht de bevolking aan het zwemmen te krijgen. Dat de kunst van het zwemmen niet louter als een ontspannend tijdverdrijf werd gezien, maar vooral ook als een bittere noodzaak, blijkt uit het volgende gedicht van Clinge Doorenbos uit 1930:

Zwemtijd

Als hij twee is leert hij loopen
Aan het handje van zijn Ma
Als hij vier, vijf of zes is
Fietst hij Pa al achterna
Als hij acht is speelt hij voetbal
Hij is nummer één op 't ijs
En ziet, op zijn tienden verjaardag
Zeurt hij om een rijbewijs
In zijn twaalfde jaar gekomen
Is géén sport hem onbekend
Roeien, zeilen, dansen, tennis
Dertien jaar: engagement
In ons wat'rig waterlandje
Is het de voornaamste sport
Die nog steeds door o zoo velen
Hevig veronachtzaamd wordt
 
Hoe vaak staat in onze kranten
't Zelfde oude droeve lied
"Na lang dreggen pas gevonden
Zwemmen kon de drenkling niet "
Zwemmen moest verplichtend wezen
Meisjes, jongens, groot en klein
Iedereen moest kunnen zwemmen
Zwemmen moest een schoolvak zijn
Wanneer Dirk de Derde dood ging
Is wel héél erg int'resssant
Int'ressanter kan de vraag zijn:
Hoe kom ik weer aan de overkant?
Ouders, leert Uw kinders zwemmen!
't Is niet enkel "aardigheid"
't Is geen luxe, 't is geen geintje
't Is vóór alles veiligheid

Een ieder, die de zwemvaardigheid van de bevolking een warm hart toedroeg, heeft in de Nederlandse Zwembond immer een enthousiast medestander gevonden. De bond ontwikkelde reeds in 1890 een systeem van zwemdiplo- ma's en was vanaf het begin een groot voorstander van de invoering van het schoolzwemmen. Het aantal zwembaden en daarmede ook het aantal zwemmende Nederlanders groeide gestadig. Pas vanaf de jaren dertig kwam er werkelijk schot in de zaak. Dankzij de vele (Sportfondsen)baden, die overal in den lande hun deuren openden, kon voor het eerst gans Nederland kennis maken met de zwemsport. Het ledental van de KNZB steeg dan ook fors. In 1938 telde de zwembond liefst 19442 leden, meer dan een verdubbeling vergeleken met 1929, toen slechts 7315 Nederlanders bij een door de KNZB erkende zwemvereniging waren aangesloten.

Een land met zoveel water en zoveel zwemmers moet bijkans wel een zwemnatie zijn. Vanaf de jaren twintig heeft Nederland derhalve een grote schare zwemmers voortgebracht, die op het internationaal niveau acte de présence hebben gegeven en veelal met succes de Olympische, mondiale en Europese podia hebben bestormd. Hieronder zullen een aantal van hen nader over het voetlicht worden gebracht.

  • 1900 - 1920
  • 1920 - 1940
  • 1940 - 1970
  • 1970 - 1990
  • 1990 - heden

Over records en baanlengtes: praktische handreikingen bij de profielen

De zwemprofielen zijn allen volgens eenzelfde stramien opgebouwd. Er zal per zwemmer een chronologisch overzicht worden gegeven van zijn of haar prestaties op:

  • Nederlandse Kampioenschappen
  • Europese Kampioenschappen
  • Wereldkampioenschappen
  • Olympische Spelen

Tevens zal er per slag een chronologisch overzicht worden gegeven van behaalde: 

  • Nederlandse records
  • Europese records
  • Wereldrecords

 

Records, baanlengtes en profielen van zwemmers voor 1957

Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat vóór 1 mei 1957 geen vaste baanlengte werd gehanteerd voor het zwemmen van records. De FINA schreef slechts voor, dat voor afstanden tot 500 meter de minimale baanlengte 25 yards moest bedragen, en dat voor afstanden langer dan 500 meter er tenminste in een bad van 100 meter (1908) en later 50 meter (1920) moest worden gezwommen. In de profielen van de zwemmers van voor 1957 zal bij het onderdeel wereldrecords en Europese records dan ook geen onderscheid worden gemaakt tussen de tijden die in een 'korte' 25 yards/25 meterbaan en in een 'lange' 50 meterbaan zijn neergezet. Bij de nationale records zal immer een onderscheid worden gemaakt tussen korte en lange baanrecords

Records, baanlengtes en profielen van zwemmers van 1957 tot 1991

De FINA wijzigde in december 1956 de baanreglementen. Vanaf 1 januari 1957 mochten enkel records worden erkend, die in een 'lange baan' van 50 meter waren gezwommen. In de profielen vanaf 1 mei 1957 zal daarom een onderscheid worden gemaakt tussen officiële wereldrecords (gezwommen in een 50 meterbad) en officieuze wereldbesttijden (gezwommen in een 25 meterbad). Voor de nationale records zullen wederom twee aparte lijsten worden gehanteerd: één voor de korte baan en één voor de lange baan, daar de KNZB als één van de weinige bonden sedert 1957 twee verschillende recordoverzichten heeft bijgehouden.

Records, baanlengtes en profielen van zwemmers vanaf 1991

Met de komst van korte baantoernooien zijn ook de FINA en de LEN overstag gegaan, en zijn er officiële korte baanrecordlijsten opgemaakt. In de profielen vanaf 1991 zullen daarom zowel op nationaal als internationaal recordniveau een gescheiden overzicht worden opgevoerd.



Volgende pagina: 1900 - 1920